Warm, zwaarmoedig en vol van diepgang. Dat is ons vooroordeel over Oost-Europeanen, en ons oordeel over de cello.
De cello past bij de Oost-Europese muziek, in elk geval bij het beeld dat we ervan hebben. Dit programma brengt een aantal Slavische composities voor cello en piano samen. Ze delen meer dan het deel van de wereld waar ze vandaan komen. Behalve Antonín Dvořák, die echt wel een kind van de negentiende eeuw is, waren de componisten actief in het begin van de twintigste eeuw. Soms stappen ze een beetje voorbij de romantiek, maar echt radicaal worden ze niet. Ze blijven hun volksmuziekbronnen trouw. Dat geeft dit recital een harmonieus karakter, zonder dat het saai wordt.
Ad van Dongen (cello), Herman Rouw (piano)
Ad van Dongen (cello), Herman Rouw (piano)
Ad van Dongen (cello), Herman Rouw (piano)
Ad van Dongen (cello), Herman Rouw (piano)
Ad van Dongen (cello), Herman Rouw (piano)