Honderd jaar oud en razend populair.
Dmitri Sjostakovitsj stierf in 1975 op 68-jarige leeftijd. Zijn gezondheid was al een tijdje broos. In zijn meer dan vijftigjarige carrière was zijn ster meerdere malen gerezen en gedaald. Hij had ernstige problemen met het Stalinregime gehad, en ook daarna was het nooit meer helemaal goedgekomen met de politiek. Onder vakbroeders gold hij evengoed als de grijze eminentie van de Sovjetmuziek. Iedere componist uit dit land liet zich op de een of andere manier door hem inspireren.
Doordat Sjostakovitsj niet zo heel oud werd, maakte hij de rage rond zijn werken in het westen niet meer mee. Geen idee had men in 1975 dat de weifelende, bijtend ironische tonaliteit van zijn symfonieën, concerten en kamermuziek zijn weg zou vinden naar concertzalen in Europa en Amerika. Maar dat gebeurde wel. Niet in de laatste plaats in Nederland, waar zowel het Concertgebouw als De Doelen hem regelmatig verwelkomen.
Geen wonder dus dat er hier, in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, een feestje wordt gevierd voor 's mans honderdste geboortedag. We horen diverse kamermuziekwerken, uitgevoerd door veelal Russische Sjos-kenners als Liza Ferschtman. Naast beroemd werk als het eerste pianotrio horen we ook een curieus strijkoctet (bestaande uit twee strijkkwartetten) en de drie zeer vroege fantasiestukken die de componist op zijn vijftiende schreef.