Support the Concertzender

Steun ons door vriend te worden, een donatie te doen of te sponsoren.

Vriend
Ik wil steunen door vriend te worden.
Doneren
Ik wil steunen door een donatie te doen.
Sponsor
Ik wil steunen door te sponsoren.
Ik word vriend voor het bedrag van
per jaar
Ik wil het bedrag van doneren
Ik wil sponsoren met
Ondersteuningsvoorkeuren
Newsletter
Get the latest updates and offers.
Product updates
Learn about new features and products.
Event invitations
Invitatations to exclusive events.
Ik ga akkoord met de algemene voorwaarden
ConcertPodium

Het Orion Ensemble

22 juni 1991 - Opnamelocatie

Brahms beschouwde zichzelf als de enige ware erfgenaam van Beethoven. Beethoven had weer zijn eigen voorbeelden.

De discussie over hoe de erfenis van Beethoven beheerd moest worden - dionysisch en vooruitstrevend zoals Liszt, of apollinisch en klassiek zoals Brahms - beheerste een groot deel van de negentiende eeuw. Brahms wilde doorgaan met het schrijven van absolute muziek (symfonieën, sonates en wat dies meer zij) in klassieke vormen. Expressie, lyriek - allemaal prima, maar er mag geen noot in staan die schematisch gezien niet in het werk thuishoort. Zijn tegenstanders vonden het een droge boel. Tegenwoordig kunnen we ons dat moeilijk meer voorstellen. Is er mooiere muziek denkbaar dan de warmbloedige kamerwerken die Brahms ons per strekkende meter voorzette? Bovendien zit er geen matig stuk tussen: elke Brahms is een schot in de roos.

Beethoven was nog twintiger toen hij het Strijktrio in G en het Klarinettrio in Bes schreef. Hij was nog niet zo lang en Wenen en had nog geen grote naam gemaakt. De man die later ons beeld van de Componist Als Zodanig zou bepalen richtte zich nog sterk op Mozart en Haydn. Ook voor deze werken zal de inspiratie wel van Mozart komen. Die was hem in beide genres voorgegaan.

Invloeden over en weer, hoort u het? Het maakt niet uit, ook zonder kennis van de muziekgeschiedenis is deze muziek de moeite waard.

  • 1. Trio voor piano, klarinet en cello in Bes, opus 11

    Larissa Groeneveld (cello), Frank van de Laar (piano), Hein Wiedijk (klarinet)

  • 2. Strijktrio in G, opus 9/1

    Peter Brunt (viool), Susanne van Els (altviool), Larissa Groeneveld (cello)

  • 3. Pianokwintet in f, opus 34: I. Allegro non troppo

    Peter Brunt (viool), Martijn Noomen (viool), Susanne van Els (altviool), Larissa Groeneveld (cello), Frank van de Laar (piano)

  • 4. Pianokwintet in f, opus 34: II. Andante, un poco Adagio

    Peter Brunt (viool), Martijn Noomen (viool), Susanne van Els (altviool), Larissa Groeneveld (cello), Frank van de Laar (piano)

  • 5. Pianokwintet in f, opus 34: III. Scherzo, allegro

    Peter Brunt (viool), Martijn Noomen (viool), Susanne van Els (altviool), Larissa Groeneveld (cello), Frank van de Laar (piano)

  • 6. Pianokwintet in f, opus 34: IV. Finale: poco sostenuto - allegro non troppo

    Peter Brunt (viool), Martijn Noomen (viool), Susanne van Els (altviool), Larissa Groeneveld (cello), Frank van de Laar (piano)