Hollands vuurwerk in een beschaafde omgeving.
Jagthuis. De spelling met een g suggereert een oorsprong in de achttiende of vroege negentiende eeuw. Toch stamt het Jagthuis bij Nederhorst den Berg pas uit 1903. Het staat bovendien in een polder die pas eind negentiende eeuw werd drooggelegd en waar vermoedelijk weinig te jagen viel.
Eén ding maakt deze naam meteen duidelijk: het Jagthuis in de Horstermeer moet de indruk wekken van voornaam vertier, van goede komaf, van adel of patriciaat dat zich op zijn buitens ontspant. Een uitstekende plaats, kortom, voor een kamermuziekconcert.
Voor de verandering klinkt in deze omgeving eens geen Mozart of Schubert, wel muziek van levende componisten van allerlei pluimage. Er is het 'bijtende' postmodernisme van Martijn Padding, de onderkoelde ernst van Cornelis de Bondt en een wereldpremière van Huib Emmer. Voor het opmerkelijkste stuk zorgt Paul Bruinen, die in zijn Gedempte onrust het publiek laat meedoen!
Peter Scheele (bariton), Gerard Bouwhuis (piano), het aanwezige publiek
Heleen Hulst (viool) en Gerard Bouwhuis (piano)
Heleen Hulst (viool) en Gerard Bouwhuis (piano)
Heleen Hulst (viool) en Gerard Bouwhuis (piano)
Heleen Hulst (viool) en Gerard Bouwhuis (piano)