Support the Concertzender

Steun ons door vriend te worden, een donatie te doen of te sponsoren.

Vriend
Ik wil steunen door vriend te worden.
Doneren
Ik wil steunen door een donatie te doen.
Sponsor
Ik wil steunen door te sponsoren.
Ik word vriend voor het bedrag van
per jaar
Ik wil het bedrag van doneren
Ik wil sponsoren met
Ondersteuningsvoorkeuren
Newsletter
Get the latest updates and offers.
Product updates
Learn about new features and products.
Event invitations
Invitatations to exclusive events.
Ik ga akkoord met de algemene voorwaarden
ConcertPodium

Kamerkoor Nieuwe Muziek

25 mei 1996 - Opnamelocatie

Korenfestivals heb je in het hele land. Maar in Amsterdam had je anno 1996 ook een Dag van de Nieuwe Koormuziek.

In de Amsterdamse Posthoornkerk, destijds een tempel voor de Nieuwe Muziek, trad op de bewuste dag (25 mei 1996) het Kamerkoor Nieuwe Muziek aan. De naam was niet zo creatief, dat geven we toe, maar in het koor zat gelukkig meer kunstzin.

Vandaag horen we het werk van twee Italiaanse grootheden. Giacinto Scelsi (1905-1988) was eigenlijk nog van de de generatie die voor de oorlog ontbolsterde, maar ontwikkelde zich pas in de jaren vijftig. Met zijn radicale muziek paste hij ook beter bij de na-oorlogse avant-garde dan bij het neoclassicisme waar zijn leeftijdgenoten massaal voor vielen. Kenmerkend aan zijn werken is de kaalheid: één of twee tonen zijn vaak al genoeg als uitgangspunt voor een heel werk. Op die weinige tonen wordt dan eindeloos gevarieerd. Het geheel heeft een hypnotiserend effect. Met de kennis van nu kun je Scelsi vergelijking met de beste werken van Arvo Pärt. Veel liefhebbers van deze componist zullen dan ook wat kunnen met de Tre canti sacri - ook al omdat Scelsi net als Pärt graag voor traditioneel-religieuze teksten kiest.

Wereldlijker van aard was Luciano Berio (1925-2003). Ook hij behoorde tot de naoorlogse avant-garde en anders dan Scelsi had hij er ook wel de leeftijd voor. Berio groeide op met het serialisme (de stijl van Boulez, Stockhausen en zijn landgenoot Nono) maar hij brak er al snel mee. Hij vond het te bedacht, te weinig menselijk. Zo ontwikkelde Berio een alternatief soort modern: bijwijlen ongelofelijk ingewikkeld maar altijd op de menselijke maat.

Zijn Cries of London werd geschreven voor de King's Singers. Hun combinatie van ijzeren zangdiscipline en Britse humor heeft Berio ongetwijfeld aangesproken. Zo schreef hij dit meerdelige, waarin de klanken op de Londense straten uit heden en verleden worden getoonzet. Een duidelijke hommage aan renaissancestukken als Les cris de Paris (Clément Janequin) en Das Glaut zu Speyer (Ludwig Senfl). In vergelijking met deze zestiende-eeuwers is Berio's compositie een stuk strakker. Hij laat de zangers niet schreeuwen als marktlui, hij toonzet de kreten gewoon. Alsof de kreten van Londen in sierlijke letters gedrukt zijn en gebundeld uitgegeven worden. Meer dan bij Janequin en Senfl worden ze zo uit hun context gehaald. Ze zijn definitief van hun status van straatlawaai ontdaan en tot kunst verheven.

  • 1. Tre canto sacri

    Kamerkoor Nieuwe Muziek olv Huub Kerstens

  • 2. Cries of London

    Kamerkoor Nieuwe Muziek olv Huub Kerstens