Een reisje langs bekende en iets minder bekende hoekpunten.
Er was een tijd dat barokmuziek op het tweede plan stond. Als het werd uitgevoerd, was het meestal Bach of Händel, en orkesten gaven er niet al te veel om of hun muziek klonk zoals de componist haar bedoeld had.
In de tweede helft van de twintigste eeuw kwam daar radicaal verandering in met de opkomst van de historische uitvoeringspraktijk. Hun aanpak was radicaal: alles moest op instrumenten uit de tijd zelf (of kopieën daarvan) en het mocht vooral niet romantisch klinken. Maar ook de uitwerking op ons muziekbewustzijn was radicaal: veel barokmuziek die voordien een beetje obscuur was, schoot nu het repertoire in. Telemann, voorheen afgedaan als oppervlakkige veelschrijver, was helemaal in. Vivaldi, de jaren daarvoor voorzichtig in de mode gekomen, werd nu even bekend als Bach en Händel. En het tweede hoboconcert van Alessandro Marcello nestelde zich in ons collectieve geheugen. Niet voor het eerst trouwens: ook in zijn eigen tijd was het een tophit. Vooral het verstilde middendeel werd beroemd, mede door de bewerking die Bach ervan maakte. Dat middendeel horen we nu als toegift, nadat we eerder het hele concert al gehoord hebben.
Leids Barok Ensemble: Stan van Heijst (altviool), Mathieu van Gelderen (altviool), Petra de Man (cello), René de Vries (cello), Piet Versteeg (contrabas), Theo Goedhart (klavecimbel), Roelof Balk (viool), Wibe Moll (viool), Erik Hense (viool), Else van Ommen (viool), Peter Schrier (viool), Ulrike Wiebel (viool), Barbara ten Kate (viool), Annekee Dufour (viool)
Leids Barok Ensemble; Diego Nadra (barokhobo)
Leids Barok Ensemble
Leids Barok Ensemble
Leids Barok Ensemble; Diego Nadra (barokhobo)
Leids Barok Ensemble
Leids Barok Ensemble; Diego Nadra (barokhobo)