Dankzij de moderne muziek hebben musici nu veel vaker dan voorheen solostukken voor hun eigen instrument. In dit concert horen we er een paar.
In het verleden was het duidelijk: speelde je altviool, dan had je een dienende rol ergens in het orkest. Speelde je hobo of klarinet, dan mocht je blij zijn met een paar maten solo. Eventueel kon je een solosonate spelen, maar dan moest je er een pianist bij zoeken. Zonde, vonden veel twintigste-eeuwse componisten. Zij namen massaal opdrachten aan van virtuozen op melodie-instrumenten. Zo heeft de moderne muziek wat de klassieke muziek niet heeft: stapels stukken voor altviool, hobo, klarinet, of welk instrument dan ook alleen.
Leuk, maar de moderne muziek blijft voor veel mensen een gesloten boek. Wat wil een componist nou eigenlijk zeggen? Zit er überhaupt lijn in dit stuk, en hoe moet ik die ontdekken? In dit concert komen negen stukken voor het voetlicht van diverse naoorlogse meesters. De musici geven steeds een korte inleiding op het stuk, zodat het publiek weet waar het op moet letten. Zo worden we spelenderwijs, in behapbare brokjes, ingeleid in het werk van Xenakis, Donatoni en Goebajdoelina. Tegelijk kunnen we ook het grote talent van de solisten bewonderen, die allemaal afkomstig zijn uit het Nieuw Ensemble.
Ernest Rombout
Harrie Starreveld (fluit), Ernest Rombout (hobo)
Frank Brakkee
Frank Brakkee (altviool), Jeroen de Herder (cello)
Ernest Rombout
Ernest Rombout (es-hobo)
Harrie Starreveld
Harrie Starreveld (fluit), Ernestine Stoop (harp), Frank Brakkee (altviool)
Arjen Kappers
Arjen Kappers (klarinet), Jeroen de Herder (cello)
Frank Brakkee
Frank Brakkee (altviool)
Ernest Rombout
Ernest Rombout (hobo), Frank Brakkee (altviool, achter in de zaal)
Jeroen de Herder
Jeroen de Herder (cello)
Harrie Starreveld
Harrie Starreveld (piccolo), Arjen Kappers (klarinet), Ernestine Stoop (harp)