Zo doet de nieuwe generatie dat.
Jarenlang liep er in de jazz een richtingenstrijd. Avant-gardemuzikanten voelden de heilige drang om iets nieuws te maken; oude stijlen waren na een paar jaar domweg niet relevant meer. Mainstreamgerichte muzikanten zwoeren bij het hardbop-geluid van de jaren vijftig: gewoon jazz volgens het boekje, niks meer aan doen.
In de jaren tachtig liepen beide wegen dood. De avant-garde was domweg uitvernieuwd: op den duur kon het niet meer radicaler. De mainstream draaide steeds meer in rondjes en zag evengoed zijn publiek vergrijzen. Maar jazz zelf ging niet dood. Er kwam een nieuwe generatie op, een generatie die de debatten van de decennia ervoor niet meer had meegemaakt en vrijelijk uit de beschikbare stijlen putte. Eclectische jazz.
De Amerikaanse pianist Jason Moran is van 1975. Zoals het een Gen X'er betaamt had hij als jongen meer op met hiphop. Toen hij de jazzpiano ontdekte, was het inmiddels eind jaren tachtig en alle stijlen waren versteend. Voor hem was de stridepiano van Joplin niet anders dan de freejazz van Ornette Coleman: hij leerde alles en pakte wat hij nodig had. Zo ontstond zijn stijl, als je het zo wilt noemen.
In dit concert horen we Jason Moran en zijn trio in hun element. Er zijn standards als Body and soul (hoewel je ze misschien niet meteen herkent) en vooral veel originele composities. De brug naar de klassieke jazz is geslagen, maar zolang iemand zijn nummer Ringing my phone noemt, weet je wel dat hij toch met minstens één been in de eenentwintigste eeuw staat.