Een gemêleerd geheel met het accent rond 1900.
Het is zomer 2004 en wij tijgen weer naar het noorden. Doel is natuurlijk het Peter de Grote Festival, een festival in Groningen (Stad en Ommeland) bedoeld om de culturele banden met Oost-Europa aan te halen. Jarenlang was het een hoogmis in onze kamermuziekcultuur, totdat achtereenvolgens de COVID-pandemie en de breuk met Rusland er een einde aan maakten.
Hier treffen we het openingsconcert aan. Zoals je mag verwachten horen we een keur aan diverse stijlen en componisten. Door de bank genomen komt de muziek uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Na Bach, die natuurlijk een wildcard heeft voor elk concert, beginnen we bij de vroege Brahms. David Popper brengt ons in vergelijkbare romantische sferen. Met de Hongaarse klanken van Kodály hebben we een overgangsmoment te pakken, dat ons uiteindelijk naar de Banalités van Poulenc brengt: een neoklassieke liedcyclus op onzinteksten. Al met al een uitstekende introductie voor dit festival, die veel mensen goed zal doen en weinig oren kwetst.
Rian de Waal (piano)
Ilona Sie Dhian Ho (viool), Tamara Poddubnaya (piano)
Tanja Tetzlaff, Troels Svane, Jan Ype Nota (cello), Tamara Poddubnaya (piano)
Paul Komen (piano), Florian Donderer (viool), Tanja Tetzlaff (cello)
Paul Komen, Nata Tsvereli (piano)
Marion van den Akker (mezzo-sopraan), Rian de Waal (piano)
Menuhin Festival Piano Quartet: Friedemann Rieger (viool), Nora Chastain (viool), Silvia Simionescu (altviool), Troels Svane (cello)