Aan oningewijden en half-ingewijden laat dit concert zich niet zo gemakkelijk beschrijven. Het is verstild en contemplatief, zoals zoveel koormuziek, maar ook prikkelend en avant-gardistisch.
Giacinto Scelsi is het duidelijkst in zijn bovenaardse verwijzingen: hij noemt zijn werk Tre canti sacri. In Words van Floris van Bergeijk wordt geen god aangeroepen, maar de verwijzing naar de polyfonie van de renaissance is niet te missen. Allebei lijken ze schatplichtig aan Luigi Nono, wiens Das atmende Klarsein het grootste deel van dit concert beslaat. Niet vocaal, maar wel heel onaards en weids, zijn de elektronische klanken van Wouter Snoei. Zijn Black lijkt eerder het zwart van de ruimte dan het zwart van een depressie.
Asko Kamerkoor o.l.v. Jos Leussink
Wouter Snoei (live-elektronica)
Asko Kamerkoor o.l.v. Jos Leussink, Leendert de Jonge (basfluit), Wouter Snoei (elektronica en nastro magnetico)
Asko Kamerkoor o.l.v. Jos Leussink
Asko Kamerkoor o.l.v. Jos Leussink
Asko Kamerkoor o.l.v. Jos Leussink