De tibia, dat is het scheenbeen. Een bot waarvan al sinds mensenheugenis fluitjes worden gemaakt.
Tegenwoordig maken we fluiten van zilver, en daarvoor van hout, maar het is nooit weg als een musicus zijn wortels in ere houdt - in dit geval wortels die teruggaan tot het paleolithicum. De vier fluitisten doen wat velen van ons al op de muziek hebben gedaan: een ensemble vormen van een familie dezelfde instrumenten. Dat heeft bij de fluitfamilie één groot voordeel. In ensembles verdrinken de boventoonarme tonen van de altfluit en basfluit vaak hopeloos in het klankweefsel. Tussen andere fluiten blijven ze overeind en zorgen ze voor een solide onderlaag.
Blijft natuurlijk het probleem van het repertoire. Wie heeft er nou voor vier fluiten gecomponeerd? Je kunt natuurlijk bestaand repertoire arrangeren. Je kunt ook zelf nieuw werk schrijven. En stiekem blijkt er wel degelijk origineel werk voor deze bezetting te bestaan. In dit geval een stuk van Florent Schmitt.
Tibia fluitkwartet: Birgitta Leidelmeijer, Marja Mock, Matthijs Broers, Jos Zwaanenberg
Tibia fluitkwartet: Birgitta Leidelmeijer, Marja Mock, Matthijs Broers, Jos Zwaanenberg m.m.v. Thérèse de Goede (klavecimbel), Maaike Roelofs (cello)
Tibia fluitkwartet: Birgitta Leidelmeijer, Marja Mock, Matthijs Broers, Jos Zwaanenberg
Tibia fluitkwartet: Birgitta Leidelmeijer, Marja Mock, Matthijs Broers, Jos Zwaanenberg