Quatre-mains heeft een zeer huiselijke reputatie. Pianomuziek voor vier handen geldt als eenvoudig speelbaar en niet al te hoogdravend.
Gevolg van dat vooroordeel is dat deze muziek nauwelijks meer gehoord wordt, nu er steeds minder gezinnen zijn waarin twee of meer mensen goed kunnen pianospelen. Tijd dus om dit repertoire wat meer op concerten te spelen - iets waar pianisten zich vroeger vaak te goed voor voelden. Stanley Hoogland en Chie Hirai brengen hier klassiekers van Beethoven en vooral Schubert. Veel luisteraars herinneren zich de ländlers en polonaises ongetwijfeld van de pianolessen. Voor de afwisseling spelen de pianisten ook elk één stukje solo.
Stanley Hoogland en Chie Hirai, (fortepiano, Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, (fortepiano, Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)
Stanley Hoogland en Chie Hirai, fortepiano (Joseph Böhm, Wenen, 1820)