Een verslag van Marijke Ferguson van de laatste dag van het Festival Oude Muziek Utrecht op zondag 1 september 2013. De concerten die zij bezocht waren: Nicolaes Vallet Luitkwartet, Capella Amsterdam en het slotconcert door Huelgas Ensemble van Paul van Nevel.
S C H E I D E N I S E E N B E E T J E S T E R V E N
De laatste dag van het festival. Weemoed valt het hart binnen. Nog één dag slenteren over de oude keien. Het valt me zwaar en ben er terzelfdertijd op een geheimzinnige manier aan verslaafd. Ja dat is het goede woord. Je raakt er aan verslaafd aan dat spul: oude muziek in oude kerken. Zo veel en zo overtuimelend.
Is dat een goed woord? Ja, ook dat is een goed woord: klankwerelden, denkbeelden, wereldbeelden, zij tuimelden deze dagen over elkaar heen.
De laatste dag opende voor mij met luitspel. Willem Mook met psalmen. Dat wil zeggen: een kunstige fantasie op de luit, gebaseerd steeds op een zekere psalmmelodie. De psalm zelf klonk, als tenor, gezongen, de luitbewerkingen - van Nicolaes Vallet, die rond 1600 woonde en werkte in Amsterdam – werden gespeeld door Willem Mook.
Drie weken geleden heeft Willem Mook over dit repertoire verteld bij ons op de Concertzender in het programma ‘De Musyck Kamer’. Dat kunt u alsnog beluisteren, maar dit concert is ook opgenomen door de Concertzender en zal dus in de toekomst geprogrammeerd worden.
Volstaat mij te melden dat ook ‘levend’ de stemmen die de ténor zongen in – wat toch eigenlijk luitsolo’s zijn – wonderbaarlijk schoon en puur klonken en organisch één met de getokkkelde klankwereld van de luit. Ook daar kun je je aan verslaven. Namen van de zangers: Kaspar Kröner – alt (een stem die ik nog niet kende en die ik tot mijn plezier terug zag in het koor Capella Amsterdam); Harry van Berne, tenor en de bariton Jasper Schweppe.
Ook de stukken voor luitkwartet zijn het memoreren waard. Niets is hachelijker dan tokkelinstrumenten te laten samen spelen. Qua stemming, qua precisie.. en dan vier! Daarbij hoorden we werkelijk een kwartet: diskant, alt, een tenor en een basluit! Chapeau. Ik had er wel meer van willen horen. Maar er is niet meer, werd me verteld. OK. Maken we meer, zou ik zo zeggen: de wereld van het renaissancistische vierstemmige chanson ligt braak. En de kunst van het diminueren, dat verstaat toch zeker iedere luitslager, zowel die van voorheen, als anno nu.
Ik wandelde over de keien naar de Pieterskerk en kwam in de kerk door logistieke omstandigheden terecht nog voor de voorste rij. Zowat op schoot bij het koor: de Capella Amsterdam. Ik had op deze zeer bevoorrechte plaats dus geen last van galm en heb het lijnenspel, en het verloop van de verticale structuur in de muziek van Orlando di Lasso - hier gepresenteerd als melancholicus - goed kunnen volgen. Wat mij op den duur puzzelde was: waarom klinkt het allemaal zo gelijkvormig.
De Capella Amsterdam zette de tanden in werkelijk schitterende vijf tot achtstemmige motetten op niet minder schitterende teksten, de een nog diepzinniger dan de andere, zoals het beroemde 'Omnia tempus habent'; alles heeft zijn tijd en zijn afgebakende verloop op de aarde …. er is een tijd van liefde en een tijd van haat, een tijd van oorlog en een tijd van vrede. Een tekst die lijdt tot contemplatie.
Maar hoe zit dat met het motet 'Fletos et stridur dentium': een werkelijk apocalyptische horror komt ons tegemoet in de woorden: oneindig geween en tandenknarsen, de zee zal kolken de beek van bloed overstromen… Niet gering. Natuurlijk, het was muziek van Orlando di Lasso. Wij hoorden de muzikale vorm die hij koos ter realisatie van deze ontzetting. Maar om dat dan even zo te exposeren - anno nu; alle liederen in bijkans dezelfde slag, dezelfde geluidssterkte. Ik werd er een beetje – ja, melancholiek van, hoe hoog het koor, de Flamenca Capella ook zit in mijn hart.
Het slotconcert in de Domkerk - die weer, zoals al eerder bij het concert met de 40/60 stemmige Mis van Striggio uit zijn voegen barstte – werd verzorgd door het Huelgas Ensemble van Paul van Nevel.
'Lassus: I trionfi', zo was de titel van dit programma. En uit de zeer verhelderende begeleiding in het festivalboek door Paul van Nevel zelf, werd duidelijk dat de liederen van Lassus op dit slotconcert zich baseerden op teksten uit de cyclus I trionfi van de grote renaissancistische dichter Petrarca, met daarbij vijf liederen op latijnse teksten van Orlando di Lasso zelf, die zich hiermee ook als taalvirtuoos heeft doen kennen.
Het Huelgas Ensemble – dat in de laatste jaren voornamelijk als een gesloten vokaal ensemble te horen was, klonk hier weer, zoals wij dat noemen: gebroken. Een groot instrumentaal ensemble was in het spel met bazuinen, pommers, kromhoorn, super-basblokfluit, nog meer fluiten en strijkers.
En elk, maar dan ook elk lied van de cyclus van deze avond en elke tekst van welk lied dan ook kreeg hierdoor – én door de speciale fantasierijke muzikale retoriek van Paul van Nevel - een eigen klankgedaante. Super.
------------------------------------------
SPIEGELTJE SPIEGELTJE AAN DE WAND, WIE IS HET SCHOONSTE VAN HET HELE LAND?
Vraagt u mij, festivalbezoeker, schoonheidszoeker, wat, wie was het schoonste, de schoonste van dit festival en wie, o wie is er wakker gekust?
Mag ik de vraag aan u stellen, die dit allemaal meegemaakt heeft.
En voor hen die dit niet meemaakten: ik geef in het RADIO MUZIEK-ESSAY op zondag 8 september (14.00 en 15.00) een overzicht via geluidsdragers die ik heb kunnen bemachtigen. En u kunt reageren en ons vertellen – via de knop ‘reactie’ op onze site – wie of wat uw favoriet is/was van dit festival.
Ik zie er naar uit.