Van desperadodoomrock tot Noorse folkrituelen:
Onder een verschroeiend lentezonnetje denderde Roadburn weer door het land. Het onvergelijkbare muziekfestival in en rondom poptempel 013 in Tilburg beleefde haar twintigste editie (van donderdag 9 tot en met zondag 12 april). Je onderdompelen en overgeven aan Roadburn vergt een bepaalde fysieke en mentale gesteldheid. Volumineuze en psychedelische muziek die lichaam en geest oprekt. Daar kun je vreemd genoeg niet genoeg van krijgen. Voor haar jubileumeditie zocht het festival de diepte op. Een flink aantal bands mocht twee keer aantreden en wist zich zo in een nieuw licht te plaatsen. Doordat er voor het eerst weer dagkaarten voor het festival werden verkocht, kreeg nieuw publiek de kans om eens aan het festival te proeven. Iedere festivaldag bood dan ook een perfect plakje Roadburn: van stoner en gitaarpsychedelica, tot spacerockjams en metalexperiment. En voor sommige bands is er zoals altijd geen enkel etiketje te verzinnen.
Maf
Een van de allermafste bands van Roadburn 2015 stond zaterdagavond in het Patronaat, de knusse concertkerk aan de overkant van de 013. Het New Yorkse Kayo Dot van frontman Toby Driver springt onbekommerd van de hak op de tak. Van death metal blasts en hectische noiserock tot Sting-achtige rockballades en dromerige progrock, het flitst allemaal voorbij binnen het kwartier. De Amerikaanse improgod John Zorn is blijkbaar fan, want hij heeft al vroeg muziek van Kayo Dot en Toby Driver op zijn Tzadik-label uitgebracht.
David Eugene Edward
Meer vertrouwd zijn de openingsacts op de donderdag. Het Amerikaanse instrumentale driemanschap Russian Circles grossiert in vlijmscherpe metalriffs, die in akelige perfectie langs elkaar schuren en glijden. Prachtig ploffende bassen en jachtige gitaarlicks raken in elkaar vervlochten. Een goede maar afstandelijke performance. Communiceren met je publiek is ook een kunst. Dat doet David Eugene Edward’s Wovenhand net wat beter. Natuurlijk is de man geen feestbeest maar tijdens zijn concerten is er altijd leven in de brouwerij. De folkdoompredikant is inmiddels stamgast bij Roadburn. Zijn aanvankelijke folkgeluid is alsmaar donkerder en zwaarder geworden, naar verluid door zijn roemruchte optreden op Roadburn 2011. Het publiek eet ook nu weer uit zijn hand.
When the raven flies
Rode draad door het festival zijn een aantal live filmconcerten. Een idee dat zeker voor herhaling vatbaar is, en in ieder geval een welkom langgerekt rustpunt binnen de volle programmering. De IJslandse formatie Sólstafir legt meteen de lat hoog door bijna twee uur lang continu te spelen tijdens de vertoning van vikingklassieker ‘Hrafninn Flýgur’ (When the raven flies). Een IJslandse film uit 1984 die helaas wel wat van haar glans verloren heeft. Het gezapige Conan-achtige wraakverhaal werd gelukkig opgeluisterd door het furieuze postrockgeweld van Sólstafir. Een intrigerende band die weidse postrockfantasieën injecteert met de onblusbare energie van metal en de mystiek van het IJslandse landschap.
Zombies
De Italiaanse progrocklegende Goblin met de immer breed glunderende frontman Claudio Simonetti mocht zelfs twee keer aantreden. Ik zag hun live soundtrack bij een van mijn lievelings-b-films, ‘Dawn of the Dead’ (1978) van George A. Romero. De koddig door een winkelcentrum kuierende zombiehorde werkt nog altijd op de lachspieren. Een weinig verhullend commentaar op de consumptiemaatschappij. De volle twee uur speelde Goblin niet maar het was sowieso een verademing om deze zombieklassieker eens op een huizenhoog filmscherm te mogen aanschouwen. Met name het heerlijk opgefokte filmthema ‘Zombi’ was keer op keer niet te versmaden. Onder de naam Zombi treden ook de Amerikanen Steve Moore en Anthony Paterra aan. De soundtrackmuziek van Claudio Simonetti en Fabio Frizzi (bij zombiefilms van Lucio Fulci) staat zonder twijfel in hun platenkast. Breed galmende, epische synthesizerrock vol seventies nostalgie, die Zombi tot de minimale essentie weet terug te brengen. Het zelden concerterende Zombi sluit de zaterdag in grootse stijl af met een dwarsdoorsnede uit hun oeuvre (onder meer ‘Infinity’, Serpens’, ‘Night Rhythms’ en ‘Gemini’). Eerder hadden Steve Moore en Anthony Paterra al soloconcerten gegeven in het Patronaat. Geen betere manier om je Roadburn-dag te beginnen dan op subtiel geweven synthesizertapijtjes. Paterra brengt onder de naam Majeure al een hele tijd pakkende synthesizerplaten uit. De Zombi-drummer houdt zijn set-up eenvoudig met enkele keyboards en een mengpaneel. Maatje Steve Moore pakt daarna uit met een flinke batterij aan synths, waaronder een Prophet V en een Korg. Breed uitwaaierende synth-fantasieën voortgestuwd door voortkabbelende pulsen, ergens tussen Cluster, Jan Hammer, John Carpenter en Tangerine Dream.
Noorwegen
Op de vrijdag mochten de Noorse bands Wardruna en Enslaved (resp. frontmannen Einar Selvik en Ivar Bjornson) hun eigen Roadburn-dag cureren. Zo stond de befaamde Britse gothrock-formatie Fields of the Nephilim op uitnodiging van beiden in de 013. Het ronkende, verroeste stembandengetokkel van frontman Carl McCoy bleek intact en Nephilim’s desperadodoomrock paste wonderwel binnen Roadburn. Voor Wardruna en Enslaved was het een uitgelezen mogelijkheid om hun Noorse wortels eens goed uit te diepen. In de grote zaal van 013 ging een rituele drietrapsraket van jewelste af. Een conceptuele aanpak die zelfs voor Roadburn-begrippen gewaagd is.
Wardruna is een band die de Noorse folk-spirit en riten weer nieuw leven inblaast. Letterlijk: met geitenhoorns maar ook met mondharp en archaïsche houten drums. Wardruna treedt ditmaal aan zonder charismatisch bandlid Gaahl maar wel met een tienkoppig gezelschap, waaronder slagwerkers, blazers, zangeressen en strijkers. Een indrukwekkend gezicht. De momenten waarop er luidkeels wordt samen gezongen lopen de rillingen over je rug. Wardruna zijn ultieme sfeermakers. Muzikaal niet altijd even interessant maar als ritueel klankspel onmisbaar. De Noorse avant-metalband Enslaved wandelt even later relaxt door haar eigen oeuvrecatalogus aan de hand van mystieke thema’s. De overtreffende trap is het afsluitende muziekproject Skuggsjá waarin leden van Enslaved en Wardruna het verscheurde vaderland Noorwegen in alle toonaarden bezingen. Wardruna-frontman Einar Selvik houdt ook hier de teugels strak en het elfkoppige ensemble oogt wat statisch. Het stuk combineert de onheilspellende dreiging van metalgitaren en -drums met de louterende samenzang uit de volksmuziek. ‘Skuggsjá’ staat weliswaar stijf van de pretenties maar wie daar door heen kan gluren ontdekt genoeg moois, zeker in de ferme, doorvoelde zangpartijen.
The Heads
Hoofdprijs gaat dit jaar naar The Heads. De manier waarop dit Engelse psychedelische rockkwartet haar artist-in-residentie invulde is in alle opzichten memorabel te noemen. Ze hadden al vijf jaar lang niet gespeeld en hun komst naar het festival liep vorig jaar nog spaak. Maar nu stonden ze er en hoe. Een band die helemaal des Roadburns is: elementen uit de spacerock, kraut en jaren tachtig shoegaze/gitaarnoise (Loop, Sonic Youth, Dinosaur Jr.) vloeien samen in hun oververhitte Heads. In het Patronaat speelden ze een instrumentale set onvervalste psychedelica, waarbij de bezwerende riffs als dikke geluidsdekens over het publiek uitgestort werden. Verslavende muziek die op de zaterdag naar grote hoogte steeg in een 013-set vol bekende songs en instrumentals. In de eerste tien minuten kreeg het publiek al de volle laag met ‘Quad’ en ‘Widowmaker’ van hun klassieke debuut ‘Relaxing With The Heads’ (1996). Een band die bij een veel groter publiek bekendheid zou mogen genieten. ‘Mad genius’ van de band Paul Allen had eerder tijdens het festival al iedereen op het verkeerde been gezet met zijn heerlijk ontregelende en absurde, psychedelische gezelschap Anthroprophh. Hoogtepunt van The Heads’ Roadburn-residentie was het concert van Kandodo. Een sideproject van gitarist/zanger Simon Price, maar bassist Hugo Morgan en drummer Wayne Maskell maken ook deel uit van de band. Als speciale gast was gitarist en componist Robert Hampson (Loop en Main) meegekomen. Wat een vondst. Het resultaat was psychedelische rock op zijn allerstrakst. Met een razende lawine aan repetitieve riffs en straf beukende drums bereikte de band kookpunt na kookpunt. Daar wil je wel wat trilhaartjes in de binnenoren voor opofferen…..
Mark van de Voort, programmamaker Concertzender Nieuwe Muziek.