Het Grote Geluid episode za. 25 apr. 2026 17:00
Welkom bij de Concertzender, een grenzeloos muziekpodium voor avontuurlijke muziekliefhebbers.
Welkom bij de Concertzender, een grenzeloos muziekpodium voor avontuurlijke muziekliefhebbers.
Bigbands en Jazzorkesten Jim Self is een tubaspeler uit Hollywood, die meewerkte aan honderden films en tv-shows. Onder zijn leiding groeide zijn Tricky Licks Band uit tot een bigband, met o.a. leden van het orkest van Poncho Sanchez. Tropische muziek met de tuba in het midden.
Het leven van saxofonist Lucky Thompson (1924-2005) eindigde in vergetelheid en bittere armoede. Maar zijn tijd in Parijs, in de tweede helft van de jaren '50, geldt als zijn 'luckiest' periode. Hij trad er veel op en stond regelmatig in de studio, ook met grotere ensembles.
Bigbands en Jazzorkesten: het Nederlandse Ramblers Dansorkest swingde gedurende de oorlogsjaren als nooit tevoren. Uit 1944 dateren de opnamen die nu door het Doctor Jazz label zijn uitgebracht, sommige voor de allereerste keer.
Het Monk'estra van pianist en arrangeur John Beasley was al eerder te horen in dit programma. Vandaag het tweede album van dit gezelschap (Mack Avenue Mac 1125) dat andermaal een frisse blik op het werk van Thelonious Monk biedt.
Sinds baritonsaxofonist John Vanore een halve eeuw geleden kennis maakte met arrangeur en saxofonist Oliver Nelson was het werk van die laatste altijd een grote inspiratiebron. Op zijn recente album Stolen Moments geeft Vanore zijn visie op de muziek van Nelson.
Brian Landrus is een baritonsaxofonist voor wie Gerry Mulligan een lichtend voorbeeld is. Zijn nieuwe cd Generations wordt gedomineerd door het vijfdelige 'Jeru Concerto', geïnspireerd op Landrus' zoon Jeru - die op zijn beurt weer naar Mulligan is genoemd.
Joan Reinders is trombonist, maar vooral arrangeur en orkestleider. Zijn Millennium Jazz Orchestra bestaat sinds 1990. Op de laatste cd "Lookin' East" komt zijn voorliefde voor rijke kleurschakeringen goed tot z'n recht.
Dan Terry (1924-2011) was trompettist en bandleider. Hij had plaatselijk en tijdelijk succes, maar poogde zijn hele leven tevergeefs de jeugd van de V.S. massaal warm te laten lopen (dansen) voor zijn swingmuziek. Met zijn eersteklas solisten en arrangeurs als Marty Paich, Gene Roland en Ernie Wilkins was echter niets mis.
De Franse pianist en orkestleider Laurent Cugny werkte in 1987 met de Amerikaanse arrangeur Gil Evans. Hij schreef ook een boek over zijn held, La Vegas Tango, Une Vie de Gil Evans. Met zijn Gil Evans Paris Workshop borduurt hij verder op de kenmerkende stijl van Evans.
Ook pianist Frank Carlberg heeft zich over het oeuvre van Thelonious Monk gebogen. Hij schreef nieuwe orkestrale stukken die hun kiem hebben in het werk van Monk.
Trombonist Delfeayo Marsalis (1965) leidt het Uptown Jazz Orchestra, een hedendaagse bigband die invloeden van de straatmuziek van New Orleans heeft geabsorbeerd. Het album 'Make America great again' getuigt van een kritische blik op de Amerikaanse samenleving.
Billy May (1916-2004) was trompettist en arrangeur. Aanvankelijk voor anderen zoals Charlie Barnet, Glenn Miller en Les Brown, maar in de jaren '50 leidde hij eigen orkesten met een unieke saxofoon-sound en zeer pittig koper.
Saxofonist Boyd Raeburn (1913-1966) leidde midden jaren '40 het meest progressieve jazzorkest op een markt die met bigbands van o.a. Woody Herman, Dizzy Gillespie en Stan Kenton toch al sterk bezet was. Dankzij arrangeurs al Eddie Finckel, Johnny Richards en vooral George Handy plus eersteklas solisten slaagde Raeburn erin enkele jaren een avant-garde gezelschap op de been te houden dat zijn weerga niet kende.
Toen pianist en zanger Ray Charles (1930-2004) in 1961 met zijn grote orkest naar Europa kwam, was dat de eerste kennismaking met wat later soul-muziek zou worden genoemd. De Zwitserse radio legde die belangrijke gebeurtenis vast.
Jimmy Mundy (1907-1983) was als arrangeur een van de vormgevers van de Swing Era met zijn werk voor Earl Hines, Benny Goodman, Gene Krupa en anderen. Soms leidde hij eigen orkesten, rond 1946 stond hij aan het hoofd van een van de eerste raciaal gemengde ensembles.
Pianist John Beasley (1960) bracht met zijn MONK?estra een lang gekoesterde wens tot leven. Het weerbarstige idioom van pianist en componist Thelonious Monk transformeerde hij tot niet minder hallucinante orkestrale weefsels.
Sonny Grey (1925-1987) was een trompettist en orkestleider die in de jaren '60 en '70 in Parijs actief was. Geboren in Jamaica, streefde hij altijd een 'Amerikaanse' aanpak na.
Boy's Big Band. Toen in 1960 rond de Diamond Five een big band werd samengesteld om o.l.v. Boy Edgar in het Concertgebouw op te treden, was dat bedoeld als eenmalig. Het is aan de Vara-radio te danken geweest dat dit orkest langere tijd heeft bestaan, en aan Boy Edgar dat Boy's Big Band een begrip is geworden in de geschiedenis van de jazz in Nederland.
Het orkest van Duke Ellington met opnamen uit 1940. Zij verzorgden op 7 november 1940 een dansavond in de Crystal Ballroom van Fargo (North Dakota). Bij toeval werd e.e.a. opgenomen door 2 liefhebbers, en dat 75-jarig jubileum mag natuurlijk niet onopgemerkt blijven.
Het orkest van leider en pianist Stan Kenton (1911-1979). Deze muziek bracht altijd veel discussie teweeg tussen voor- en tegenstanders. Vandaag uiterst grensverleggend repertoire van componist en arrangeur Robert Graettinger, hij leefde van 1923 tot 1957. De opnamen zijn uit 1947-1953 met o.a. een 4-delige suite als ode aan de stad New York: City of Glass.
De Nederlandse Contraband olv. Willem van Manen heeft 20 jaar bestaan, van 1985 t/m 2004. Grensverleggende big-band jazz met voornamelijk eigen repertoire van de leider. Opnamen uit 1999 en 2000.
Charles Tolliver Big Band. Trompettist Charles Tolliver (1942) leerde arrangeren toen hij in de jaren '60 deel uitmaakte van het grote orkest van Gerald Wilson. Zijn grootste probleem was echter de financiering van een grote formatie. Het is hem maar een paar keer gelukt, en daar gaat deze aflevering over.
Het Harry Arnold Orkest. De bigband van de Zweedse radio die onder leiding stond van Harry Arnold Persson gold in de jaren '50 en '60 als een van de beste in Europa. Belangrijke solisten waren ondermeer saxofonist Arne Domnerus en trombonist Ake Persson, en arrangeurs waren bandleden als pianist Jan Johansson en bassist Georg Riedel.