Deze aflevering gaat over muziek uit Congo Brazzaville, met het orkest Mando Négro Kwala-Kwa.
Playlist:
Mando Négro: Néné, Souvenir D'une Épopée Vol. 5, 1995, Glenn Music GM 324006, 3’31
Mando Négro: Mamie Kuti, Souvenir D'une Épopée Vol. 2, 1995, Glenn Music GM 324003, 4’33
Mando Négro: Baby, auteur: David Diambouana, Souvenir D'une Épopée Vol. 1, 1995, Glenn Music GM 324002, 3’53
Mando Négro: Milangui, auteur: Marcel MaouaKany, LP Baby Capriccio CAP 37024 / Souvenir D'une Épopée Vol. 2, 1995, Glenn Music GM 324003, 4’44
Mando Négro: Promesse Ya Bomwana, auteur: Alphonse Sita, LP Mando-Negro, 1976, Pathé Marconi EMI 2C 062-15.780 / Souvenir D'une Épopée Vol. 3, 1995, Glenn Music GM 324004, 5’51
Mando Négro: Maguie, auteur: Souvenir D'une Épopée Vol. 3, 1995, Glenn Music GM 324004, 6’20
Mando Négro: Miziki Ya Kwala-Kwa, auteur: Souvenir D'une Épopée Vol. 2, 1995, Glenn Music GM 324003, 5’46
Mando Négro: Nala, Souvenir D'une Épopée Vol. 2, 1995, Glenn Music GM 324003, 5’51
Mando Négro: Régina, Souvenir D'une Épopée Vol. 5, 1995, Glenn Music GM 324006, 5’07
Mando Négro: Hélène Na Bondéla, Souvenir D'une Épopée Vol. 3, 1995, Glenn Music GM 324004, 10’07
Met dank aan Harm van der Wal voor het beschikbaar stellen van zijn Afrikaanse muziek.

In 1957 richt Mpassi-Ngongo Alphonse Mermans een orkest op: Elengui Jazz, waarvan de naam later veranderd wordt in Amigo Band. In 1960 richt Mermans samen met Barthélémy Samba, bijgenaamd Sabou Bathel, het orkest Mando Negro op. Mando is in de lokale taal een verkleinwoord van het woord mandoline. Alphonse Mermans heeft namelijk op jonge leeftijd van zijn moeder een mandoline gekregen. Zijn schoolmeester leert hem er op spelen. En ter nagedachtenis hieraan noemt hij het orkest Mando Negro. De toevoeging Negro is geïnspireerd door het bestaan van enkele zeer beroemde orkesten uit die tijd, zoals Negro Jazz en Negro Band.

Helaas blijken er geen opnamen te bestaan van Mando Negro waar Mpassi Mermans mandoline speelt. In het orkest is hij de sologitarist en Sabou Bathel de ritmegitarist.
In 1963 wordt Mpassi Mermans door Jean-Serge Essous, de klarinettist en bandleider van Les Bantous de la Capitale, overgehaald om bij zijn orkest te komen spelen. Hij wordt daar de eerste sologitarist en vervangt Papa Noël, die bij Kabasele, le Grand Kallé, in Kinshasa is gaan spelen. Batel Sabou wordt dan orkestleider van Mando Negro.

In 1968 maakt Mando Negro een reis naar Pointe-Noire, een haven- en industriestad gelegen aan de Atlantische kust en eindpunt van de spoorlijn in Congo-Brazzaville. Een badplaats met een bruisend uitgaansleven. Daar hebben ze zoveel succes dat ze er vervolgens 5 jaar blijven. Het orkest wordt daar ondersteund door de Mavoula club Kwalalakwa. Deze club dankt zijn naam aan de “Kwala”, een zeer populaire zeevis, betaalbaar voor elk budget en geliefd bij de Congolezen. De muzikanten van het orkest roepen tijdens concerten “Kwalakwa eh! eh!”. Deze kreet wordt erg populair onder muziekliefhebbers en fans van het orkest, en daaruit ontstaat de nieuwe naam van het orkest: Mando Negro Kwalakwa.
Omstreeks 1980 vertrekken veel musici uit het orkest en dat betekent het einde van Mando Negro Kwalakwa.
De oprichter van het orkest, Mpassi-Ngongo Alphonse Mermans, overlijdt op 28 december 2202 in het Universiteitsziekenhuis van Brazzaville, na een lange en pijnlijke ziekte.