In 1776 schreef Mozart een van zijn mooiste en grootste vroege werken.
Rond zijn achttiende begon Mozart genoeg te krijgen van Salzburg. Hij vond dat de aartsbisschop zijn talent niet op waarde schatte, en de burgerij was nou ook niet bepaald zo scheutig als in Wenen of Milaan.
Maar in 1775 en 1776 gebeurden er toch een paar dingen waardoor Mozart zijn besluit om te verhuizen nog even uitstelde. In de zomer van 1775 had hij het bezoek van de aartsbisschop mogen opluisteren met lange(re) missen en feestelijke tafelmuziek. En in 1776 liet de Salzburgerij van zich horen. Siegmund Haffner jr., lid van de voorname kooplieden- en regentenfamilie Haffner, had een zus die ging trouwen. Of Mozart de festiviteiten niet even wilde opluisteren?
Mozart nam de opdracht met beide handen aan en schreef een zeer ambitieuze serenade. De Haffner-serenade is met een klein uur niet alleen lang, maar ook bijzonder goed doorwrocht. Een serenade is bij Mozart geen simpele serie gemakkelijke muziekjes achter elkaar. Zo heeft het laatste deel een langzame inleiding, iets wat normaal alleen bij 'ernstige' genres als de symfonie voorkomt.
Zowel Mozart als de familie Haffner moeten een positieve indruk aan deze samenwerking hebben overgehouden, want in 1782, toen Mozart al een jaar in Wenen woonde, zou hij nóg zo'n opdracht ontvangen (daar komen we misschien in een volgende aflevering op terug). Dat snappen we ook wel, want de Haffner-serenade hoort tot het beste en indrukwekkendste wat Mozart in zijn Salzburger jaren afleverde.
Afspeellijst en uitvoerenden
Wolfgang Amadeus Mozart, Serenade in D, KV 250 (Haffner-serenade). Streichorchester der Festspiele Luzern o.l.v. Daniel Dodds.